WAAROM DE BABYNORM DE STANDAARD ZOU MOETEN ZIJN
Column door Ella Visser, student Fontys Journalistiek in Tilburg
Ik heb een raadsel voor je. Wat begeeft zich op en in de grond, maar ook in de lucht? Het stroomt door de rivieren en het valt uit de hemel. Het komt je neus binnen als je aan de bloemen ruikt. Je kunt het opdrinken en opeten, maar het zit ook op je kat. Wat is het? Als je antwoord “geluk” of “genot” was, chapeau, jij levensgenieter! Ik ga je nu wel teleurstellen. Het antwoord is namelijk pesticiden. En ja, ze zitten echt overal, ook in jouw huiskamer. En het probleem is waarschijnlijk complexer dan je denkt..
Tijdens het bijwonen van het RUW-programma Het pesticidenparadijs (11-03-2026), schrok ik erg van de resultaten van onderzoeken die werden besproken. De onderzoeken waren gedaan naar de impact van pesticiden (chemische bestrijdingsmiddelen) op mens, dier en milieu. Ik ben misschien nog een jonge naïeveling, maar ik zag aan de krasse knarren in de zaal dat er resultaten voorbij kwamen waar ook zij verontwaardigd over waren.
Wat niet wordt meegenomen in de beoordeling
In Nederland beoordeelt het Ctgb (College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden) of bestrijdingsmiddelen “veilig genoeg” zijn voor mens, dier en milieu. Ze werken binnen Europese kaders die worden vastgesteld door de Europese Commissie, op basis van adviezen van onder andere de European Food Safety Authority. Op Europees niveau wordt bepaald welke toxicologische testen er worden gedaan en welke rekenmethodes worden toegepast. Maar deze beoordelingen leunen voor een groot deel op studies die door de industrie zelf worden aangeleverd. Het probleem is echter vooral, zoals onderzoeksjournalist Dirk de Bekker (schrijver van Het pesticidenparadijs) opmerkt, dat er inbreng van andere belanghebbende partijen ontbreekt - zoals natuurorganisaties, bodemexperts of drinkwaterbedrijven. Er wordt in de wetgeving te veel gefocust op rekenmodellen en te weinig op toxicologisch onderzoek dat onafhankelijker is van de industrie. Ook verandert er bijna niets, omdat er binnen de politiek en de industrie steeds met de vingers naar elkaar wordt gewezen. Het Ctgb houdt zich aan de wettelijke regelgeving en wijst naar de politiek. Maar de politiek wijst vervolgens weer naar de rekenmodellen van het Ctgb. Zo blijft het probleem in stand.
Het echte probleem
Nu is er binnen de Europese Commissie ook wel het besef gegroeid dat er verandering moet komen. Neem de discussie rondom glyfosaat. Al jaren waarschuwen wetenschappers voor de risico’s van dit veelgebruikte bestrijdingsmiddel voor biodiversiteit, bodemkwaliteit en mogelijk ook de volksgezondheid. Er zijn binnen de Europese politiek al vaker moties ingediend om strengere beperkingen of labels te geven aan bepaalde pesticiden. Toch strandt iedere poging steevast in het Europees Parlement. Hier ligt de echte blokkade: bij invloedrijke, conservatieve Europese partijen die consequent verandering afremmen. Partijen als de Europese Volkspartij (met onder andere het Nederlandse CDA en BBB) leggen de nadruk op die EFSA-beoordelingen die te beperkt en te afhankelijk van industriegegevens zijn.
Het is een probleem waarbij duidelijk wordt dat politiek te weinig gebaseerd wordt op wetenschap die onafhankelijk is van deze industrie. Of erger nog: waarbij politieke fracties de wetenschap selectief inzetten uit puur eigen belang. We leven in een schijnveiligheid waarbij er selectief wordt geleund op gunstige interpretaties van wetenschappelijke rapporten. Waarbij Europese politieke partijen in een debat gevangen blijven over een vals dilemma: Kiezen we voor milieu- en volksgezondheid, of agrarische productiviteit? Terwijl we in feite zo ongelofelijk afhankelijk zijn geworden van een systeem waarbij we ons eigen land doodspuiten, de bodem blijven uitputten en onszelf en onze natuur verzieken. Terwijl we ook stap voor stap naar een toekomst zouden kunnen werken, waarbij het allebei mogelijk is: agrarische productiviteit én bestrijdingsmiddelen die beter zijn voor mens, dier en milieu.
Wat het extra wrang maakt, is dat we voor babyvoeding een veel strengere norm hanteren voor pesticiden: de babynorm. Blijkbaar erkennen we dus dat lagere pesticiden concentraties veiliger zijn, maar passen we diezelfde voorzichtigheid niet consequent toe op de rest van onze leefomgeving en op onszelf. Ik heb een voorstel: laten we de babynorm zien als de ultieme kwaliteitsstandaard. Als we onze leefomgeving stap voor stap baby-proof maken, kunnen wij uiteindelijk ook veiliger en vrijer rond bewegen. Want als het veilig genoeg moet zijn voor een baby, zou het dat ook moeten zijn voor de rest van ons.
Ella Visser